Trainen voor mijn eerste marathon

In april ren ik mijn eerste marathon. Dat betekent 42 kilometer en 195 meter lang hardlopen. (Of, zoals ze hier in de UK zeggen: 26,2 mijl.)

Trainen voor een marathon in het voorjaar betekent onder andere: tijdens de koudste, donkerste en somberste dagen toch de deur uitmoeten voor je hardlooprondje, iedere week stapels sportkleding in de was, niet uitslapen maar vroeg opstaan op zaterdag, veel vaker moeten nadenken over wanneer je wat eet, eindeloos rondjes rennen om een sportveld omdat de stoepen glad zijn, geen biertjes drinken in de pub omdat je de volgende dag een lange duurloop gaat doen, ’s avonds al om tien uur in bed liggen omdat je simpelweg te moe bent om je ogen open te houden.

Waarom ik dat allemaal doe?

  • Omdat ik wil weten of ik het kan.
  • Omdat het me een prachtig avontuur lijkt.
  • Omdat ik kriebels in mijn buik krijg als ik denk aan het moment dat ik op die startlijn sta.
  • Omdat grenzen verleggen me een machtig gevoel geeft.
  • Omdat hardlopen me nieuwe dingen over mezelf leert.
  • Omdat ik mijn lichaam fit en gezond wil houden.
  • Omdat lange hardlooprondjes me rust geven in mijn hoofd.
  • Omdat ik me sterk en alert voel als ik ’s ochtends vóór ik aan mijn werk begin heb hardgelopen.
  • Omdat ik houd van doelen stellen en daarnaar toe werken.
  • Omdat ik er nu de tijd voor heb.
  • Omdat ik nu al weet hoe geweldig ik me achteraf zal voelen. (Hopelijk.)
20190119_075147
De enige keer dat ik de zon zie opkomen is tijdens het hardlopen (met dank aan het uur tijdsverschil hier in de UK is het niet zo laat licht ’s ochtends!)

Hoe het begon

Ik loop nu ongeveer drie jaar hard. Iets langer, want als ik terugkijk op Strava zie ik dat ik in het najaar van 2015 mijn eerste, aarzelende stapjes deed langs het Amsterdam-Rijnkanaal in Kanaleneiland. 1 minuut rennen, 1 minuut wandelen. En dan zo opbouwen… steeds langer rennen, steeds korter wandelen. De aanmoedigende stem van Evy (wie kent haar niet) in mijn oren. In 30 lessen begeleidde zij mij van 0 naar 30 minuten hardlopen.

Ik weet eigenlijk niet eens meer waarom ik het volhield. Ik geloof dat ik gegrepen was door het aantrekkelijke beeld van mezelf als een hardloper. Snel, sterk, stoer. Hardlopen is een pure sport. Je hebt er niets voor nodig, behalve dan een paar oké schoenen en lekker zittende kleding. Die eenvoud trok me aan. En oké, ook het feit dat de sportschool me tegen begon te staan en ik toch iets sportiefs wilde doen. Ik hield die dertig lessen vol, kon uiteindelijk 5 kilometer rennen en het leek me samen met een vriendin een mooie uitdaging om in juni 10 kilometer te rennen, tijdens een hardloopevent in Leidsche Rijn.

Ik denk dat die eerste hardloopwedstrijd de definitieve druppel was. Ik vond het zo magisch om met honderden anderen samen te rennen, om mijn eigen grenzen te verleggen, om verder en langer en sneller te gaan dan dat ik ooit gedaan had. Ik was tien kilometer lang aan het genieten en toen ik de finish over was, wist ik dat dit niet de laatste keer was. Het moest sneller kunnen, ik kon harder trainen, ik kon sterker worden. Een paar maanden later rende ik de Utrechtse Singelloop, tien minuten sneller. Het jaar erna, 2017, leek me een halve marathon (21,1 kilometer) ook niet onbereikbaar meer en liep ik de prachtige ‘Halve van de Haar’.

Afgelopen jaar wende ik aan het wonen in Engeland en bouwde ik tijdens de zomer langzaam mijn fitheid weer op, die ik op de een of andere manier was verloren tijdens de verhuizing. Ik schreef me in voor een halve marathon in november en ik maakte een schema waar ik me trouw aan hield. Tot mijn eigen verbazing bereikte ik op 15 seconden na mijn tijdsdoel van 2 uur, iets dat ik eigenlijk voor onmogelijk had gehouden. Als ik dit kan… dacht ik… dan kan ik vast ook wel de dubbele afstand rennen. Gewoon trainen en volhouden.

20190104_104852.jpg
Nostalgie: de Reeuwijkse Plassen – hardlooprondje toen ik in de kerstvakantie in Nederland was

Hoe gaat mijn training?

Op die twee dingen komt het in feite neer: een trainingsplan hebben en dat dan zo goed mogelijk volhouden. Iedere week meer kilometers. Soms langzaam, soms snel. Iedere week ietsje verder, net zolang tot ik (ergens in maart) een paar keer een tocht van rond de 30 kilometer maak. Dat is de langste trainingsafstand – en dan maar vertrouwen dat ik op de dag zelf die extra 10/12 kilometer ook wel red!

Tot nu toe vind ik het echt een fantastisch proces. Het is zo bijzonder om steeds weer allerlei nieuwe overwinningen te boeken. Een snellere 5km, een onverwachts recordje op de 1km, mijn hartslag die elke week lager wordt bij dezelfde snelheid, intervals met mijn hardloopclub op een tempo dat ik in mijn eentje nooit voor mogelijk had gehouden. Ik voel me (bijna altijd) sterk als ik de deur uitga in mijn hardloopkleding en altijd beter als ik terugkom.

Spannend is het ook. Voortdurend moet ik mezelf ervan overtuigen dat ik dit kan. Dat zoveel mensen dit doen en dat het heus wel goedkomt. Ik ben voorzichtig met het te snel opbouwen en probeer heel goed te luisteren naar mijn lichaam. Ik eet gezond (meestal dan), drink veel minder alcohol, slaap veel en doe trouw krachtoefeningen – omdat ik heel bang ben voor blessures (die gemakkelijk kunnen ontstaan als je niet goed oplet). Hardlopen is over het algemeen heel goed voor je lichaam, maar niet als je te snel te veel doet, of als er ergens iets in je lichaam niet helemaal goed zit. Tot nu toe voel ik me goed… fingers crossed.

Mijn doel is de marathon van Brighton. We maken er samen een weekendje weg van. Ik houd jullie op de hoogte van mijn vorderingen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s