Wandelen in de Yorkshire Dales

Twee backpacks met daarin een tent, matjes en slaapzakken, wat kleding, een kookstelletje en een voorraadje eten. Trek je wandelschoenen aan en smeer je in met zonnebrand omdat de zon de hele dag schijnt en je bent klaar voor een paar dagen buiten leven. Het mooie van de combinatie van kamperen en wandelen is dat je in één klap in een andere wereld bent. Je huis is voor even de buitenwereld, je kookt op het gras en wordt wakker met de vogels (of met het geluid van snurkende honden van medekampeerders, maar dat terzijde). Je stopt je slaperige hoofd onder de simpele douche, trekt een schoon verkreukeld shirt onder uit je tas, strikt je schoenen en eet een bagel. Je vult je waterzak met genoeg water, bestudeert de wandelkaart en dan ga je. Lopen. De ene voet voor de andere. Langzaam. Maar ook langzaam kom je ver. Je hoofd raakt leeg van malende gedachten en wordt vol van het nu. Steile bergen op, hijgend maar verbaasd dat je zo snel omhoog gaat, en langs idyllische paadjes met bloemen en bomen. Alles is mooi, want alles is anders dan de platte polders van thuis.

dscn3225.jpg

Eén van de redenen dat we graag een tijdje in het buitenland wilden wonen, is het kunnen verkennen van een nieuw land met nieuwe natuur. Dus na ons weekend Londen was het tijd voor een weekend met natuur, en dan het liefst met bergen. Het werden de Yorkshire Dales.

Lopend vanaf Ribblehead Station, vlakbij het beroemde viaduct, bereikten we de boerencamping waar we onze tent opzetten naast een drooggevallen stroompje (ook in Engeland is het soms erg droog) en naast loeiende koeien en mekkerende schapen en lammetjes. We hadden deze plek uitgekozen vanwege de ligging: naast de Three Peaks, de hoogste toppen van de Dales. Zo hoog zijn ze trouwens ook weer niet: rond de 730 meter. Maar hoog genoeg voor het gevoel van een echte bergwandeling. Op vrijdagmiddag beklommen we de eerste top: Ingleborough. Er is iets ontzettend bevredigends aan het beklimmen van een berg. Tijdens de beklimming vraag je je steeds af waarom je dit ook alweer zo leuk vond, want jezelf zo’n vijfhonderd meter omhoog tillen als je dat niet dagelijks doet, kost best wat energie. Maar het uitzicht op de top en het voldane gevoel dat je dit gewoon kunt, maakt alles goed.

Op zaterdag maakten we voor ons doen een erg lange wandeling: zo’n 25 kilometer, eerst naar de top van de Whernside, daarna langs de rivieroever met eindeloos veel bloemen naar het idyllische dorpje Dent, compleet met kerk en een convenient store met ijsjes. Terug over de bergrug, langs talloze schapen, ruïnes, vreemdgevormde stenen, kleurige bloemen, een aquaduct en een viaduct. Even de weg zoeken dwars door schapenweiden, vluchtend voor aanstormende koeien, en uiteindelijk de benen strekkend in de plaatselijke Inn met een pint bier, verhalen aanhorend van andere wandelaars die de uitdaging waren aangegaan om in één dag de Three Peaks te beklimmen, zo’n 24 mijl (bijna 40 kilometer). Een teleurstelling toen deze Inn geen burgers bleek te serveren, dus dan maar klassieke Engelse gerechten, met onder andere dragonsaus, een stoofpotje, en ongedefinieerde gekookte kool.

Al na twee dagen kamperen krijg je het idee dat je ver van het gewone leven verwijderd bent. Na één wandeling is je hoofd leeg, en door het gebrek aan elektriciteit en 4G-netwerk verdwijnt ook de behoefte aan contact met de bewoonde wereld en het doelloze scrollen op je telefoon, die behoefte die op andere dagen altijd zo urgent is. Misschien is dat wel één van de grote voordelen van kamperen op een plek met weinig telefoonbereik en slechts twee stopcontacten voor alle campinggasten. Je merkt, dat als het internet er niet is, je het ook niet mist. En dan is het leven opeens veel simpeler: we vulden de tijd op de camping met het spelen van scrabble, het lezen van e-books en het knus in de tent vooraf gedownloade films op Netflix kijken. Dat dan weer wel. Het was al om een uur of acht te koud om nog buiten te zitten en minimalistische kampeerders als we zijn, hadden we geen vuurkorf bij ons om ons warm te houden. We keken in de avonden, weggedoken in onze slaapzakken, twee verfilmingen van boeken van Roald Dahl: The Fantastic Mr. Fox, gemaakt door Wes Anderson, en The BFG. Mooie verhalen en prachtig verteld.

DSCN3101.JPG

Op zondag wilden we rustig aan doen. Dat lukte maar half, maar dat was te wijten aan de prachtige omgeving. We volgden de route van een oude Romeinse weg, langs weer eindeloos veel schapen en lammetjes, die soms verstijfden van schrik en soms snel wegrenden bij onze aanblik. Via een watervallenroute kwamen we in Ingleton, een wat groter dorp, waar we wat rondneusden, wat boodschappen deden en vervolgens weer de weg terugnamen. Het is in zo’n mooie omgeving absoluut geen straf om twee keer dezelfde weg te lopen, zeker niet als het steeds maar prachtig weer blijft en alles even mooi is. We liepen deze dag toch weer zo’n 15 kilometer, passeerden het plaatselijke kerkje waar de kerkdienst helaas net een kwartier daarvoor was begonnen en realiseerden ons dat het Pinksteren was! Bij het avondeten, pasta gekookt in kant-en-klare pastasaus opgeleukt met een paprika en geitenkaas, benoemden we alles waar we dankbaar voor waren. En dat is op zo’n moment heel erg veel.

Omdat wandelen je hoofd zo snel leeg maakt, valt er niet altijd heel veel te praten onderweg. Dat klinkt misschien saai, maar het hoort allemaal bij het leven-in-het-nu, denk ik. Je bent bezig met de volgende stap, kijkt naar het schaap naast je, de bergen aan de overkant van het dal, een bijzondere steen, een vervallen huis, een mooie bloem, een beekje. Je hoort een koekoek, gemekker, getjirp, het ruisen van het gras. Dan hoef je niet zoveel te praten. En soms geeft de rust juist wel de ruimte voor gesprekken over onderwerpen die doordeweeks niet zo snel aan bod komen. Door het samen stil zijn en het samen praten kom je dichter bij elkaar, voel je elkaar weer beter aan.

Op maandag pakten we alles weer in. De camping was inmiddels weer erg leeg geworden, alle weekendgangers waren alweer naar huis, wij waren één van de weinigen die tot maandag bleven. Dat was overigens een vergissing die we maakten bij het boeken: we gingen ervanuit dat het Pinksterweekend een vrije maandag had, een zogenaamde Bank Holiday. Toen we geboekt hadden, bleek die vrije maandag een week later te zijn. Beginnersfoutje. We bekeken het majestueuze viaduct nog eens van dichtbij, stapten in de trein en stapten weer uit bij het dorpje Settle, waar we nog een klein wandelingetje maakten, maar al snel op het dorpsplein met een koud drankje belandden. Daarna via Leeds weer terug naar huis. Het voelde een beetje gek. Eerdere jaren waren we op vakantie geweest in het Lake District en in de Schotse Hooglanden, met een lange reis vanuit Utrecht. Nu waren we in een vergelijkbaar landschap, maar dan via slechts een paar uur durende treinreis. En thuis, dat is ons huis in Cambridge. Tegen een mevrouw die vroeg waar we vandaag kwamen, zeiden we: ‘Cambridge’. Ze zei, wat verbaasd: ‘You sound as if that should not be your home.’ Waarop ik beledigd zei: ‘Well, it ís our home.’ En zo is het, voor nu.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s