Dag 36 – Wees waakzaam

Beluister hier de gesproken versie:

OPENING

Gezegend zijt Gij, God,
koning der wereld,
die de morgen ontbood
en het licht hebt geroepen,
zegen ook mij
met uw licht!

LIED

Niet is het laatste woord gesproken,
er klinkt een lied, al is het nacht.
Onzeker gaan wij, lotgenoten,
op weg met wie ons samenbracht.
Wat komen zal is nog verborgen,
God weet wat ons te wachten staat:
het stille licht, een nieuwe morgen,
waarmee ik mij verzoenen laat.

(Tekst: Andries Govaart / Melodie: Fokke de Vries)

LEZING

Marcus 13:1-37
Toen hij de tempel verliet, zei een van zijn leerlingen tegen hem: ‘Meester, kijk eens, wat een enorme stenen en wat een imposante gebouwen!’  Jezus zei tegen hem: ‘Die grote gebouwen die je nu ziet – wees er maar zeker van dat geen enkele steen op de andere zal blijven; alles zal worden afgebroken.’ Toen hij op de Olijfberg was gaan zitten, tegenover de tempel, en Petrus, Jakobus, Johannes en Andreas alleen met hem waren, stelde Petrus hem de vraag: ‘Vertel ons, wanneer zal dat allemaal gebeuren en aan welk teken kunnen we herkennen dat het zover is?’ Jezus antwoordde: ‘Pas op dat niemand jullie misleidt. Want er zullen velen komen die mijn naam gebruiken en zich voor mij zullen uitgeven, en ze zullen veel mensen misleiden. Als jullie berichten horen over oorlog en oorlogsdreiging, wees dan niet verontrust. Die dingen moeten gebeuren, maar daarmee is het einde nog niet gekomen. Het ene volk zal tegen het andere ten strijde trekken en het ene koninkrijk zal de strijd aanbinden met het andere, overal zullen er aardbevingen en hongersnoden zijn: dat is het begin van de weeën. Wat jullie zelf betreft: pas goed op. Jullie zullen voor het gerecht worden gesleept en in synagogen worden gegeseld, en jullie zullen voor gouverneurs en koningen moeten verschijnen om voor hen van mij te getuigen. Want eerst moet aan alle volken het goede nieuws worden verkondigd. Wanneer jullie worden weggevoerd om te worden uitgeleverd, maak je dan vooraf geen zorgen over wat je zult gaan zeggen; zeg wat jullie op dat tijdstip wordt ingegeven, want jullie zijn het niet die dan spreken, maar het is de heilige Geest. De ene broer zal de andere uitleveren om hem te laten doden, en vaders zullen hetzelfde doen met hun kinderen, en kinderen zullen zich tegen hun ouders keren en hen laten terechtstellen. Jullie zullen door iedereen worden gehaat omwille van mijn naam, maar wie standhoudt tot het einde zal worden gered. Wanneer jullie de “verwoestende gruwel” zien staan waar hij niet hoort (lezer, begrijp dit goed), dan moet iedereen in Judea de bergen in vluchten; wie op het dak van zijn huis is moet niet naar beneden gaan om nog iets uit zijn huis mee te nemen, en wie op het land is moet niet naar huis gaan om zijn mantel te halen. Wat zal het rampzalig zijn voor de vrouwen die in die tijd zwanger zijn of een kind aan de borst hebben! Bid dat het niet in de winter gebeurt, want zulke verschrikkingen als er in die tijd zullen plaatsvinden, zijn er sinds het begin van Gods schepping nooit geweest en zullen er ook nooit meer komen. En als de Heer die tijd niet had verkort, zou geen enkel mens worden gered; maar omwille van de uitverkorenen, die hij tot de zijnen heeft gemaakt, heeft hij die tijd verkort. Als iemand dan tegen jullie zegt: “Kijk, dit is de messias,” of: “Daar is hij,” geloof het dan niet, want er zullen valse messiassen en valse profeten komen, die tekenen en wonderen zullen verrichten om Gods uitverkorenen zo mogelijk te misleiden. Jullie moeten oppassen, ik heb het jullie allemaal van tevoren gezegd. Maar in de dagen na de verschrikkingen zal de zon verduisterd worden en de maan geen licht meer geven, de sterren zullen uit de hemel vallen en de hemelse machten zullen wankelen. Dan zal men de Mensenzoon zien komen op de wolken, bekleed met grote macht en luister. Dan zal hij de engelen eropuit sturen om zijn uitverkorenen uit de vier windstreken bijeen te brengen, van het uiteinde van de aarde tot het uiteinde van de hemel. Leer van de vijgenboom deze les: zo gauw zijn takken uitlopen en in blad schieten, weet je dat de zomer in aantocht is. Zo moeten jullie ook weten, wanneer je die dingen ziet gebeuren, dat het einde nabij is. Ik verzeker jullie: deze generatie zal zeker nog niet verdwenen zijn wanneer al die dingen gebeuren. Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden zullen nooit verdwijnen. Niemand weet wanneer die dag of dat moment zal aanbreken, de engelen in de hemel niet en de Zoon niet, alleen de Vader. Pas op, wees waakzaam, want jullie weten niet wanneer die tijd zal komen. Het is als met een man die op reis ging: hij verliet zijn huis en droeg het beheer over aan zijn dienaren, die elk een eigen taak kregen, en de deurwachter gaf hij opdracht om de wacht te houden. Wees dus waakzaam, want jullie weten niet wanneer de heer des huizes komt, ’s avonds, of midden in de nacht, of bij het eerste hanengekraai, of ’s morgens vroeg. Laat hij jullie niet slapend aantreffen wanneer hij plotseling komt. Wat ik tegen jullie zeg, zeg ik tegen iedereen: wees waakzaam!’

STILTE

REFLECTIE

Wees waakzaam. Als kind was ik me er altijd erg bewust van dat het einde der tijden zomaar kon aanbreken. Ik hoopte dan dat ik in ieder geval nog op vakantie kon, of mijn verjaardag zou halen, en dat Jezus niet daarvóór zou terugkomen.

De eerste christenen hadden een nog sterkere verwachting dat het einde van de wereld spoedig zou aanbreken – je leest daar ook over in sommige brieven in het Nieuwe Testament. En natuurlijk was het ook een intense tijd voor die eerste volgelingen van Jezus. Maar wie te lang moet wachten, verliest het gevoel van urgentie. Langzamerhand verdween die sterke eindtijdverwachting, om af en toe weer heftig op te vlammen in verschillende perioden van de geschiedenis.

Ik weet nu zelf ook niet zo goed wat ik aan moet met de oproep tot waakzaamheid. Ik heb niet meer het idee dat God opeens van bovenaf de lucht gaat openscheuren. Maar ik heb wel altijd het besef gehouden dat je leven zoals je dat kent, ook opeens kan veranderen: je kunt zomaar ziek worden, of zomaar opeens een geliefde verliezen. Er kan ook zomaar opeens een pandemie de kop opsteken. Misschien dat daar ook de waakzaamheid in zit: neem wat er is, niet als vanzelfsprekend aan.

GEBED

Gij, die het verleden niet telt,
maar een nieuw begin met ons maakt,
ontvang onze dank
om Jezus, onze broeder,
die verworpen werd door ons,
maar tot hoeksteen geworden is door U.
Bevrijd onze wereld
van ballingschap en oorlog
en laat er vreugde en hoop groeien
voor alle mensen op aarde,
in deze veertig dagen en heel ons leven.
Amen.

(Gebed uit: Dienstboek Deel I)

ZEGEN

Ga met God en Hij zal met je zijn,
jou nabij op al je wegen
met zijn raad en troost en zegen.
Ga met God en Hij zal met je zijn.

(Lied 416 / Tekst: Jeremiah Rankin / Vertaling: Gert Landman)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s