Dag 34 – Van discussie naar gesprek

Van harte welkom bij dag 34 van de 40-dagentijd.

Beluister hier de gesproken versie:

OPENING

Gezegend zijt Gij, God,
koning der wereld,
die de morgen ontbood
en het licht hebt geroepen,
zegen ook mij
met uw licht!

LIED

Lam van God,
Lam van God,

Dat de zonde der wereld draagt.
Heer, ontferm U,
Heer, ontferm U over ons,
Heer, ontferm U over ons.

(Een lied van Sela)

LEZING

Marcus 12:13-34
Ze stuurden enkele farizeeën en herodianen naar hem toe om hem een ongeoorloofde uitspraak te ontlokken. Toen ze bij hem gekomen waren, zeiden ze tegen hem: ‘Meester, we weten dat u oprecht bent en dat u zich aan niemand iets gelegen laat liggen. U kijkt niemand naar de ogen, maar geeft in alle oprechtheid onderricht over de weg van God. Is het toegestaan belasting te betalen aan de keizer of niet? Moeten we betalen of niet?’ Maar omdat hij hun huichelarij doorzag, antwoordde hij: ‘Waarom stelt u me op de proef? Laat me eens een geldstuk zien.’ Ze gaven hem een munt en hij vroeg hun: ‘Van wie is dit een afbeelding en van wie is het opschrift?’ ‘Van de keizer,’ antwoordden ze. Toen zei Jezus tegen hen: ‘Geef wat van de keizer is aan de keizer, en geef aan God wat God toebehoort.’ En ze waren met stomheid geslagen.
Er kwamen enkele sadduceeën naar hem toe; volgens de sadduceeën is er geen opstanding uit de dood. Ze vroegen hem: ‘Meester, Mozes heeft ons het volgende voorgeschreven: “Als iemand sterft en een vrouw achterlaat, maar geen kinderen, moet zijn broer die vrouw bij zich nemen en nakomelingen verwekken voor zijn broer.” Er waren eens zeven broers. De eerste nam een vrouw en stierf zonder nakomelingen; de tweede nam haar tot vrouw, maar stierf ook zonder nakomelingen; en met de derde ging het net zo. Geen van de zeven kreeg nakomelingen. Het laatst van allen stierf de vrouw. Wiens vrouw zal ze dan zijn bij de opstanding, wanneer ze opstaan uit de dood? Alle zeven zijn ze immers met haar getrouwd geweest.’ Jezus antwoordde: ‘Dwaalt u niet? U kent blijkbaar de Schriften niet en evenmin de macht van God. Want wanneer de mensen uit de dood opstaan, trouwen ze niet en worden ze niet uitgehuwelijkt, maar zijn ze als engelen in de hemel. Wat betreft de opwekking van de doden, hebt u in het boek van Mozes in het gedeelte over de doornstruik niet gelezen dat God tegen hem zei: “Ik ben de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob”? Hij is geen God van doden, maar van levenden; u dwaalt vreselijk!’
Een van de schriftgeleerden die naar hen geluisterd had terwijl ze discussieerden, en gemerkt had dat hij hun correct had geantwoord, kwam dichterbij en vroeg: ‘Wat is van alle geboden het belangrijkste gebod?’ Jezus antwoordde: ‘Het voornaamste is: “Luister, Israël! De Heer, onze God, is de enige Heer; heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht.” Het op een na belangrijkste is dit: “Heb uw naaste lief als uzelf.” Er zijn geen geboden belangrijker dan deze.’ De schriftgeleerde zei tegen hem: ‘Inderdaad, meester, wat u zegt is waar: hij alleen is God en er is geen andere god dan hij, en hem liefhebben met heel ons hart en met heel ons inzicht en met heel onze kracht, en onze naaste liefhebben als onszelf betekent veel meer dan alle brandoffers en andere offers.’ Jezus vond dat hij verstandig had geantwoord en zei tegen hem: ‘U bent niet ver van het koninkrijk van God.’ En niemand durfde hem nog een vraag te stellen.

STILTE

REFLECTIE

Na de persconferenties van Rutte en De Jonge mogen journalisten altijd vragen stellen. Nu luister ik daar nooit naar, want ik moet zeggen dat ik ze altijd erg irritant vind. Het lijkt wel alsof de journalisten zó graag de ministers op een foutje of inconsistentie willen betrappen, dat ze beginnen te klinken als zeurende kinderen.

Zo klinken de vragenstellers in het bijbelgedeelte van vandaag ook. Ze stellen hun vraag niet omdat ze oprecht een antwoord willen weten, nee, ze stellen de vraag omdat ze Jezus in de val willen lokken. Ze ergeren zich aan hem en hopen dat hij iets zegt waardoor ze triomfantelijk kunnen zeggen: zie je wel! zo volmaakt is hij helemaal niet!

Maar Jezus geeft steeds precies zo’n antwoord waar ze niets mee kunnen en waar ze niet tegen kunnen protesteren. Hij omzeilt hun kwade opzet en geeft een glasheldere reactie. En zo komt hij door de laatste vragensteller zelfs uit bij wat de kern van het geloof is: God liefhebben boven alles en onze naaste als onszelf.

De vragensteller, een schriftgeleerde, kan niet ontkennen dat dat het juiste antwoord is – het wordt zo immers ook al gezegd in de Schriften. Hij reageert instemmend, en Jezus op zijn beurt waardeert zijn reactie. Dat is mooi: van een negatieve discussie komen Jezus en de schriftgeleerde opeens terecht in een goed gesprek.

Dat zou wel vaker mogen gebeuren: dat een geloofsruzie eindigt in een constructief en mooi gesprek over wat écht ter zake doet.

GEBED

Herder van mensen,
voor allen die in duisternis
van zonde en schuld verkeren,
hebt Gij een licht ontstoken
in Jezus, de Mensenzoon.
Wij vragen U:
geef ons een levend hart
om te luisteren naar uw Woord,
geef ons nieuwe ogen
om in Hem de mens te zien
door wie Gij ons vrij maakt,
in deze veertig dagen en heel ons leven.
Amen.

(Gebed uit: Dienstboek Deel I)

ZEGEN

God zal je hoeden, Christus je voeden,
Geest van hierboven geeft zin en zicht,
God schenkt je warmte, geneest en omarmt je,
Vriend in het duister en Gids naar het licht.

(Lied 426 / Tekst: John Bell / Vertaling: Andries Govaart)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s