Dag 28 – Als een kind

In alle verhuisdrukte helemaal vergeten om af en toe de Mattheuspassion te luisteren! Daarom vandaag als lied het openingskoor ‘Kommt ihr Töchter.

Welkom bij dag 28!

Beluister hier de gesproken versie:

OPENING

Gezegend zijt Gij, God,
koning der wereld,
die de morgen ontbood
en het licht hebt geroepen,
zegen ook mij
met uw licht!

LIED

Kommt, ihr Töchter, helft mir klagen,
Sehet – wen? – den Bräutigam,
Sehet ihn – wie? – als wie ein Lamm.
Sehet – was? – seht die Geduld,
Seht – wohin? wohin? – auf unsre Schuld.
Sehet ihn aus Lieb und Huld,
Holz vom Kreuze selber tragen.

Kom, dochters, help mij klagen,
Zie – wie? – de bruidegom,
Zie hem – hoe? – als een lam
Zie – wat? – zijn geduld
Zie – waarheen? waarheen? – onze schuld
Zie hem uit liefde en genade,
zelf het kruishout dragen.

(Uit: Matthäus Passion / J.S. Bach / Uitgevoerd door Nederlandse Bachvereniging)

LEZING

Marcus 10: 13-31
De mensen probeerden kinderen bij hem te brengen om ze door hem te laten aanraken, maar de leerlingen berispten hen. Toen Jezus dat zag, wond hij zich erover op en zei tegen hen: ‘Laat de kinderen bij me komen, houd ze niet tegen, want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij. Ik verzeker jullie: wie niet als een kind openstaat voor het koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan.’ Hij nam de kinderen in zijn armen en zegende hen door hun de handen op te leggen. Toen hij zijn weg vervolgde, kwam er iemand naar hem toe die voor hem op zijn knieën viel en vroeg: ‘Goede meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’ Jezus antwoordde: ‘Waarom noemt u mij goed? Niemand is goed, behalve God. U kent de geboden: pleeg geen moord, pleeg geen overspel, steel niet, leg geen vals getuigenis af, bedrieg niemand, toon eerbied voor uw vader en uw moeder.’ Toen zei de man: ‘Meester, sinds mijn jeugd heb ik me daaraan gehouden.’ Jezus keek hem liefdevol aan en zei tegen hem: ‘Eén ding ontbreekt u: ga naar huis, verkoop alles wat u hebt en geef het geld aan de armen, dan zult u een schat in de hemel bezitten; kom dan terug en volg mij.’ Maar de man werd somber toen hij dit hoorde en ging terneergeslagen weg; hij had namelijk veel bezittingen. Jezus keek de kring rond en zei tegen zijn leerlingen: ‘Wat is het moeilijk voor rijken om het koninkrijk van God binnen te gaan.’ De leerlingen schrokken van zijn woorden. Maar Jezus zei nog eens uitdrukkelijk: ‘Kinderen, wat is het moeilijk om het koninkrijk van God binnen te gaan: het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.’ Nu waren ze nog meer ontzet, en ze zeiden tegen elkaar: ‘Wie kan er dan nog gered worden?’ Jezus keek hen aan en zei: ‘Bij mensen is dat onmogelijk, maar niet bij God, want bij God is alles mogelijk.’ Petrus nam het woord en zei: ‘Maar wij hebben alles achtergelaten om u te volgen!’ Jezus zei: ‘Ik verzeker jullie: iedereen die broers of zusters, moeder, vader of kinderen, huis of akkers heeft achtergelaten omwille van mij en het evangelie, zal het honderdvoudige ontvangen: in deze tijd broers en zusters, moeders en kinderen, huizen en akkers, al zal dat gepaard gaan met vervolging, en in de tijd die komt het eeuwige leven. Vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten.’

STILTE

REFLECTIE

Vandaag een gedicht van Ida Gerhardt waar ik opeens aan moest denken. Over een kind dat verlangt naar zijn vader, maar die nooit ziet. De lezing van vandaag raakt aan die puurheid van het kind. Aan het loslaten van alles wat onze blik als volwassenen vertroebelt: zoals bezit en cynisme. En het besef dat er een thuis is waar we nu nog niet zijn.

Onder vreemden

Het speelt het liefste ver weg op het strand,
het kind dat nooit zijn eigen vader ziet,
die overzee is in dat andere land.

Het woont bij vreemden en het went er niet.
Zij fluisteren erover met elkaar.
Heimwee huist in zijn kleren en zijn haar.

En altijd denkt het dat hij komen zal:
vandaag niet meer; maar morgen, onverwacht –
en droomt van hem en roept hem in de nacht.

Ik wacht u, Vader van de overwal.

GEBED

Gij, Bron van alle leven,
wij danken U
dat Gij ons dode bestaan opent
door Jezus, de Mensenzoon.
Wij bidden U:
maak ons bereid
zijn wegen te gaan
om door lijden en dood heen
vrijheid en vrede te vinden,
in deze veertig dagen en heel ons leven.
Amen.

(Gebed uit: Dienstboek Deel I)

ZEGEN

Moge de weg je tegemoet komen.
Moge de wind altijd in je rug zijn.
Moge de zon warm op je gezicht schijnen,
de regen zacht op je velden vallen.
En tot we elkaar weerzien,
moge God je vasthouden in de palm van Zijn hand.

Een Keltische zegen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s