Dag 10 – De tuin in mijn ziel

Als ik dit schrijf, is de lucht blauw en kun je letterlijk de lente ruiken in de lucht. Ik heb al nieuwe knopjes aan de takken gezien, zelfs al lichtgroene blaadjes. Sneeuwklokjes en krokussen bloeien. Ik zou voor geen goud willen ruilen met mensen die leven op plaatsen zonder seizoenen, want de intense vreugde die de komst van de lente mij geeft is met niets vergelijkbaar. Dat alles weer groen wordt, dat bloemen weer bloeien, dat is toch een ongelofelijk wonder?

Het past bij het verhaal over zaad en grond vandaag. We zijn aangekomen bij hoofdstuk 4 van Marcus.

Beluister hier de gesproken versie:

OPENING

Gezegend zijt Gij, God,
koning der wereld,
die de morgen ontbood
en het licht hebt geroepen,
zegen ook mij
met uw licht!

LIED

Silence, my soul, resist the voices
that clamor for the place you owe the Lord.
As grief needs tears and joy needs laughter,
confusion craves a deeper word.

Silence, my soul, you are remembered
God loves you deeply and God holds you dear
Beneath all pain beyond temptation
a hurting Christ says, “Do not fear.”

Rust nu mijn ziel. Laat ze maar roepen,
dringen om ruimte die God toebehoort.
Smart kent haar klacht, vreugde haar zingen,
chaos vraagt een herscheppend woord.

Rust nu mijn ziel. Weet je geborgen,
durf te geloven, hoor: God heeft je lief.
In pijn en leed deel je in Christus,
Hij kent de smart, Hij roept: vrees niet.

(Lied 932 / Tekst/Muziek: John L. Bell / Uitgevoerd door: The Cathedral Singers
Nederlandse vertaling: Andries Govaart)

LEZING

Marcus 4:1-20
Weer ging hij naar het meer om de mensen te onderwijzen; er kwam een enorme menigte om hem heen staan. Daarom ging hij in de boot op het meer zitten, terwijl de menigte op de oever bleef staan. Hij onderwees hen uitvoerig en sprak hen toe in gelijkenissen. Hij zei: ‘Luister. Iemand ging eens naar zijn land om te zaaien. Tijdens het zaaien viel een deel van het zaad op de weg, en de vogels kwamen en aten het op. Een ander deel viel op rotsachtige grond, waar maar weinig aarde was, en het schoot meteen op omdat het niet diep in de grond kon doordringen; en toen de zon opkwam verschroeide het jonge groen, en omdat het geen wortel had droogde het uit. Weer ander zaad viel tussen de distels, en de distels schoten op en verstikten het en het bracht geen vrucht voort. Maar er waren ook zaadjes die in goede grond vielen en wel vrucht voortbrachten: ze schoten op en groeiden en droegen vrucht. Sommige leverden het dertigvoudige op, andere het zestigvoudige en weer andere het honderdvoudige.’ En hij zei: ‘Wie oren heeft om te horen, moet goed luisteren!’
Toen hij weer alleen was met zijn volgelingen en met de twaalf, stelden ze hem vragen over de gelijkenissen. Hij zei tegen hen: ‘Aan jullie is het geheim van het koninkrijk van God onthuld; maar zij die buiten blijven staan, krijgen alles te horen in gelijkenissen, “opdat ze scherp zien, maar geen inzicht hebben, opdat ze goed horen, maar niets begrijpen, anders zouden ze zich bekeren en vergeving krijgen.”’
Hij zei tegen hen: ‘Begrijpen jullie deze gelijkenis niet? Hoe zullen jullie alle andere gelijkenissen dan begrijpen? De zaaier zaait het woord. Sommigen zijn als het zaad dat op de weg valt: het woord wordt wel gezaaid, maar wanneer ze het gehoord hebben, komt meteen Satan om het woord weg te graaien dat in hen gezaaid is. Anderen zijn als het zaad dat op rotsgrond is gezaaid: wanneer zij het woord hebben gehoord, nemen ze het meteen met vreugde in zich op, maar in hen schiet het geen wortel, ze zijn te oppervlakkig, en als ze vanwege het woord worden beproefd of vervolgd, houden ze geen ogenblik stand. Weer anderen zijn als het zaad dat tussen de distels is gezaaid: ze hebben het woord wel gehoord, maar de zorgen om het dagelijks bestaan en de verleiding van de rijkdom en hun verlangens naar allerlei andere dingen komen ertussen en verstikken het woord, zodat het zonder vrucht blijft. Maar er zijn ook mensen die zijn als het zaad dat op goede grond is gezaaid: zij horen het woord en aanvaarden het en dragen vrucht, sommigen dertigvoudig, anderen zestigvoudig en weer anderen honderdvoudig.’

STILTE

REFLECTIE

Bij de pastorie waar ik over een paar weken hoop te gaan wonen, hoort een mooie tuin. Ik kijk er erg naar uit om een eigen stukje grond te hebben. In de tien jaar dat ik in Utrecht woonde, had ik alleen betonnen balkonnetjes tot mijn beschikking, en hier in Cambridge hebben we een mini-strookje voor ons huis wat bijgehouden wordt door een externe hovenier en waar ik zelf niets mee mag doen.

En hoewel er genoeg mensen zijn die meteen, niet erg bemoedigend, vragen: wie gaat die tuin bijhouden dan? – zie ik het wel zitten om met mijn handen in de aarde te gaan werken. Het zit bovendien een beetje in de genen, want mijn opa was hovenier en werkte tot ver in zijn zeventiger jaren in zijn grote moestuin. Als kind was ik al een echt natuurmeisje, met een vogelclub en eindeloze uren lezen in plantenboeken.

Eén van de adviezen die ik kreeg van een ervaren tuinierster, is om het eerste jaar vooral te kijken. Kijken waar de zon valt, hoe de grond eruit ziet, wat er wel en niet groeit, en zien of de grond extra compost nodig heeft. De tijd nemen – dat schijnt het sleutelwoord te zijn bij tuinieren. Een mooie tuin kun je niet kant en klaar kopen, die moet groeien.

Dat lijkt me ook het punt van de gelijkenis die Jezus vertelt. Dat punt is volgens mij niet dat je de mensheid kunt opdelen in vier categorieën. De vraag is welke ‘grond’ wij zijn. Hard? Rotsig? Doornig? Vruchtbaar?

Er zijn dagen dat ik me als vruchtbare grond voel. Maar vaker zijn er dagen waar ik me voel als de grond vol distels: er is zoveel dat de aandacht vraagt, zoveel waar ik me zorgen om maak, zoveel om over te denken. Het helpt mij om te denken aan de toekomstige tuin: het is niet in één dag gefikst. Mijn ziel is als een tuin, die tijd en aandacht vraagt, die met een liefdevolle hovenier steeds mooiere vruchten draagt, waar de wortels langzaam maar zeker steeds dieper groeien. In de hoop dat het Zaad dat Jezus Christus is, ook in mij sterft en opstaat tot nieuw leven.

GEBED

Getrouwe God,
laat uw woorden
ons hoop geven
op een goede aarde,
waar mensen elkaar recht doen,
waar volkeren zoeken
naar ruimte voor elkaar
en de macht van het kwaad
wordt gebroken door goedheid;
dat onze ogen altijd gericht mogen zijn
op uw koninkrijk,
omwille van Jezus, uw Zoon,
die het ons heeft voorgedaan,
in deze veertig dagen en heel ons leven.
Amen.

(Gebed uit: Dienstboek Deel I)

ZEGEN

May the peace of the Lord Christ go with you,
wherever He may send you.
May He guide you through the wilderness,
protect you through the storm.
May He bring you home rejoicing
at the wonders He has shown you.
May He bring you home rejoicing
once again into our doors.

(Een zegen uit Northumbria, ook zingbaar)

2 gedachten over “Dag 10 – De tuin in mijn ziel

  1. Elke dag luisteren we naar je meditatie. Een fijn moment dat ook stof tot nadenken geeft. Zoals vandaag. Wat voor grond ben ik?

Laat een reactie achter op Klaas Pieterman Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s