Dag 1 – De woestijn in

Nog veertig dagen en zes zondagen: dan is het Pasen. Welkom bij de eerste dag!

Beluister hier de gesproken versie (waarbij het lied weggelaten is):

OPENING

Heer, open mijn lippen.
Mijn mond zal zingen van uw eer.
God, kom mij te hulp.
Heer, haast u mij te helpen.

Eer aan de Vader en de Zoon en de heilige Geest
zoals het was in het begin en nu en altijd
en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

LIED

Alles wat over ons geschreven is
gaat Gij volbrengen in de veertig dagen;
de tien geboden en de veertig slagen,
dit hele leven dat geen leven is.

(Tekst: Willem Barnard / Melodie: Frits Mehrtens / Uitvoering: VTE)

LEZING

Marcus 1,1-15
Het begin van het evangelie van Jezus Christus, Zoon van God.

Het staat geschreven bij de profeet Jesaja:
‘Let op, ik zend mijn bode voor je uit,
hij zal een weg voor je banen.
Luid klinkt een stem in de woestijn:
“Maak de weg van de Heer gereed,
maak recht zijn paden!”’

Dit gebeurde toen Johannes de Doper naar de woestijn ging en de mensen opriep zich te laten dopen en tot inkeer te komen, om zo vergeving van zonden te verkrijgen. Alle inwoners van Judea en Jeruzalem stroomden toe en lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan, terwijl ze hun zonden beleden. Johannes droeg een ruwe mantel van kameelhaar met een leren gordel; hij leefde van sprinkhanen en wilde honing. Hij verkondigde: ‘Na mij komt iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet goed genoeg om me voor hem te bukken en de riemen van zijn sandalen los te maken. Ik heb jullie gedoopt met water, maar hij zal jullie dopen met de heilige Geest.’
In die tijd kwam Jezus vanuit Nazaret, dat in Galilea ligt, naar de Jordaan om zich door Johannes te laten dopen. Op het moment dat hij uit het water omhoogkwam, zag hij de hemel openscheuren en de Geest als een duif op zich neerdalen, en er klonk een stem uit de hemel: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde.’
Meteen daarna dreef de Geest hem de woestijn in. Veertig dagen bleef hij in de woestijn, waar hij door Satan op de proef werd gesteld. Hij leefde er te midden van de wilde dieren, en engelen zorgden voor hem. Nadat Johannes gevangen was genomen, ging Jezus naar Galilea, waar hij Gods goede nieuws verkondigde. Dit was wat hij zei: ‘De tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij: kom tot inkeer en hecht geloof aan dit goede nieuws.’

STILTE

REFLECTIE

Marcus neemt maar een heel klein aanloopje naar de komst van Jezus. In een paar verzen is het gebeurd: Johannes de Doper verschijnt op het toneel en onmiddellijk daarna Jezus uit Nazaret. Er is geen tijd voor een lang geboorteverhaal of een poëtische meditatie op het Woord van God. Nee, Marcus valt er midden in.

Toch is er ook bij Marcus een tijd van stilte en bezinning die moet plaatsvinden voordat Jezus zijn verkondiging van het goede nieuws begint. Veertig dagen in de woestijn.

Wat me opvalt in de beschrijving van Marcus is die combinatie van twee uitersten. Want in de woestijn zijn zowel de Satan als de engelen aanwezig. De beproeving, de twijfel, de aanvechting, de verleiding enerzijds. En de troost en de zorg van de engelen anderzijds. Daar in die woestijn is alles intenser dan in het gewone bestaan: zowel het kwade als het goede is er sterk aanwezig, valt niet te ontlopen. Er is geen afleiding of opgaan in de drukte van alledag – je moet het onder ogen zien, de grote vragen, de kale essentie van het bestaan.

Ik hoop dat ik in deze veertig dagen ook een glimpje hiervan kan opvangen. Ik dwing mezelf door deze stukjes stil te staan bij de tekst, om me te richten op iets hogers dan het alledaagse van mijn gewone leven. Want zo gaat dat vaak, het leven kabbelt voort, ’s avonds leg je je hoofd neer op het kussen en is er weer een dag voorbij. Het is vaak alsof het leven míj leeft, en niet ik het leven. Niet verwonderlijk is dat overigens: want in de leegte van de woestijn zijn er niet alleen vriendelijke engelen, maar ook beschuldigende demonen. En die ontloop ik liever.

Maar toch: de woestijn in. Beseffen dat je stof bent, zoals de liturgie van Aswoensdag zegt. En beseffen dat het de Eeuwige zelf is die dat stof de adem in heeft geblazen. Stof en Geest. De twee uitersten die ons leven vormen.

GEBED

Niet om te oordelen zijt Gij gekomen, God,
maar om te zoeken wat verloren is,
om te bevrijden wie in schuld en angst gevangen zijn,
om ons te redden als ons hart ons aanklaagt.
Neem ons zoals wij hier aanwezig zijn,
met heel dat zondige verleden van de wereld.
Gij toch zijt groter dan ons hart,
groter dan alle schuld,
Gij zijt de schepper van een nieuwe toekomst,
een God van liefde tot in eeuwigheid.
Door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.

(Gebed uit: Dienstboek Deel I)

ZEGEN

De Eeuwige zal je zegenen en behoeden;
de Eeuwige zal zijn lichtend gelaat over je
doen schijnen en je genadig zijn;
de Eeuwige zal je zijn gelaat toewenden
en je vrede geven.
Amen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s